Koninklijk besluit van 16 januari 2002

Koninklijk besluit van 16 januari 2002 tot uitbreiding van het netwerk van de sociale zekerheid tot sommige overheidsdiensten en openbare instellingen van de Gemeenschappen en Gewesten, met toepassing van artikel 18 van de wet van 15 januari 1990 houdende oprichting en organisatie van een Kruispuntbank van de sociale zekerheid

(Belgisch Staatsblad van 6 februari 2002)

[gewijzigd bij het koninklijk besluit van 15 oktober 2004 (Belgisch Staatsblad van 27 december 2004)]

Artikel 1.

Voor de toepassing van dit besluit wordt verstaan onder "wet": de wet van 15 januari 1990 houdende oprichting en organisatie van een Kruispuntbank van de sociale zekerheid.

Art. 2.

Het netwerk bedoeld in artikel 2, eerste lid, 9°, van de wet wordt uitgebreid tot de overheidsdiensten van de Gemeenschaps- en Gewestregeringen en de openbare instellingen met rechtspersoonlijkheid die onder de Gemeenschappen en Gewesten ressorteren, voor zover deze hierom verzoeken en hun verzoek door het Beheerscomité van de Kruispuntbank wordt aanvaard, na advies van het Toezichtscomité bedoeld in artikel 37 van de wet, en voor zover hun opdrachten betrekking hebben op volgende aangelegenheden vermeld in de bijzondere wet van 8 augustus 1980 tot hervorming der instellingen:

1° de sociale vorming, de sociale promotie en de beroepsomscholing en -bijscholing;

2° de arbeidsbemiddeling;

3° de programma’s voor wedertewerkstelling van de uitkeringsgerechtigde volledig werklozen of van de daarmee gelijkgestelde personen;

4° de toepassing van de normen betreffende de tewerkstelling van buitenlandse arbeidskrachten;

5° het beleid betreffende de zorgenverstrekking in en buiten de verplegingsinrichtingen;

6° de gezondheidsopvoeding alsook de activiteiten en diensten op het vlak van de preventieve gezondheidszorg;

7° het gezinsbeleid met inbegrip van alle vormen van hulp en bijstand aan gezinnen en kinderen;

8° het beleid inzake maatschappelijk welzijn;

9° het beleid inzake mindervaliden, met inbegrip van de beroepsopleiding, de omscholing en de herscholing van mindervaliden;

10° het bejaardenbeleid;

11° het jeugdbeleid en de jeugdbescherming, met inbegrip van de sociale bescherming en de gerechtelijke bescherming;

12° de sociale huisvesting.

Art. 3.

§ 1. De artikelen 6, 8, 9, 10 tot en met 17, 20, 22 tot en met 26, 28, 34, 46 tot en met 48 en 53 tot en met 71 van de wet, en de in uitvoering van deze artikelen genomen besluiten, zijn van toepassing op de tot het netwerk behorende overheidsdiensten en openbare instellingen van de Gemeenschappen en Gewesten.

§ 2. Voor de toepassing van § 1:

1° worden de tot het netwerk behorende overheidsdiensten en openbare instellingen van de Gemeenschappen en Gewesten gelijkgesteld met instellingen van sociale zekerheid;

2° worden de gegevens die nodig zijn voor de uitvoering van de opdrachten van de tot het netwerk behorende overheidsdiensten en openbare instellingen van de Gemeenschappen en Gewesten gelijkgesteld met sociale gegevens;

3° wordt de uitvoering van de opdrachten van de tot het netwerk behorende overheidsdiensten en openbare instellingen van de Gemeenschappen en Gewesten gelijkgesteld met de toepassing van de sociale zekerheid.

Art. 4.

Het in artikel 2 bedoeld verzoek bevat tenminste volgende elementen:

1° een nominatieve aanduiding van de overheidsdienst of de openbare instelling die het verzoek indient;

[2° een aanduiding van het feit dat de overheidsdienst of de openbare instelling die het verzoek indient, gemachtigd is om het Rijksregister van de natuurlijke personen te raadplegen, overeenkomstig de wet van 8 augustus 1983 tot regeling van een Rijksregister van de natuurlijke personen; - vervangen bij artikel 3 van het koninklijk besluit van 15 oktober 2004 (Belgisch Staatsblad van 27 december 2004)]

[3° een aanduiding van het feit dat de overheidsdienst of de openbare instelling die het verzoek indient, gemachtigd is om het identificatienummer van het Rijksregister van de natuurlijke personen te gebruiken, overeenkomstig de wet van 8 augustus 1983 tot regeling van een Rijksregister van de natuurlijke personen; - vervangen bij artikel 3 van het koninklijk besluit van 15 oktober 2004 (Belgisch Staatsblad van 27 december 2004)]

4° een aanduiding van de identiteit van de veiligheidsconsulent, aangewezen met toepassing van artikel 24 van de wet;

5° in voorkomend geval, een aanduiding van de identiteit van de geneesheer, aangewezen met toepassing van artikel 26 van de wet.

Art. 5.

Onze Minister van Werkgelegenheid, Onze Minister van Binnenlandse Zaken, Onze Minister van Sociale Zaken en Pensioenen en Onze Minister van Telecommunicatie en Overheidsbedrijven en Participaties, belast met Middenstand zijn, ieder wat hem betreft, belast met de uitvoering van dit besluit.