Wet van 24 februari 2003 betreffende de modernisering van het beheer van de sociale zekerheid en betreffende de elektronische communicatie tussen ondernemingen en de federale overheid

Artikel 1.

Deze wet regelt een aangelegenheid als bedoeld in artikel 78 van de Grondwet.

Art. 2.

Voor de toepassing van de artikelen 3 en 4 wordt verstaan onder :
1° " een regeling inzake sociale zekerheid " : een regeling bedoeld in artikel 2, eerste lid, 1°, van de wet van 15 januari 1990 houdende oprichting en organisatie van een Kruispuntbank van de sociale zekerheid;
2° " een instelling van sociale zekerheid " : een instelling bedoeld in artikel 2, eerste lid, 2°, van de wet van 15 januari 1990 houdende oprichting en organisatie van een Kruispuntbank van de sociale zekerheid;
3° " het Beheerscomité " : het Beheerscomité van de Kruispuntbank van de sociale zekerheid bedoeld in artikel 31 van de wet van 15 januari 1990 houdende oprichting en organisatie van een Kruispuntbank van de sociale zekerheid.

Art. 3.

§ 1. Indien een werkgever, zijn aangestelde of lasthebber een door of krachtens een regeling inzake sociale zekerheid opgelegde mededeling van gegevens aan een instelling van sociale zekerheid verricht door middel van een elektronische techniek, wordt aan deze werkgever, zijn aangestelde of lasthebber een ontvangstbewijs overgemaakt.
§ 2. Het Beheerscomité bepaalt :
1° (de voorwaarden voor de toegang en het gebruik van het informatiesysteem van de instellingen van sociale zekerheid en het informatiesysteem van de federale overheid door de ondernemingen, hun aangestelden of lasthebbers, waaronder de standaarden volgens dewelke de mededelingen van gegevens door middel van een elektronische techniek geschieden en het adres waarnaar de gegevens dienen te worden gestuurd;) <W 2003-12-22/42, art. 251, 002; Inwerkingtreding : 10-01-2004>
2° de inhoud van het in § 1 bedoelde ontvangstbewijs en de wijze waarop en de termijn waarbinnen het aan de werkgever, zijn aangestelde of lasthebber wordt overgemaakt.
§ 2bis. [2 ...]2.
[1 § 2ter. De Kruispuntbank van de sociale zekerheid coördineert de uitbouw door één of meerdere instellingen van sociale zekerheid van een geïntegreerd systeem voor het beheer van de gebruikers en van de toegangsmachtigingen, de elektronische identificatie en de authentificatie van de identiteit van de gebruikers en het beheer en de verificatie van de relevante hoedanigheden en mandaten van gebruikers, dat door de ondernemingen, hun aangestelden of lasthebbers moet worden gebruikt voor de toegang tot het informatiesysteem van de instellingen van sociale zekerheid.]1
§ 3. De in § 1 bedoelde mededelingen van gegevens door middel van een elektronische techniek worden gelijkgesteld met het afleggen van een verklaring of met het invullen of afleveren van een document.
[2 Tweede lid opgeheven.]2
(§ 4. De Koning mag de toepassing van dit artikel uitbreiden tot andere categorieën van personen.) <W 2005-12-27/31, art. 134, 003; Inwerkingtreding : 09-01-2006>
----------
(1)<W 2009-12-30/01, art. 54, 005; Inwerkingtreding : 01-01-2010>
(2)<W 2013-03-19/03, art. 53, 007; Inwerkingtreding : 08-04-2013>

Art. 4.

§ 1. Dit artikel is van toepassing op de mededeling van de gegevens die de werkgever, zijn aangestelde of zijn lasthebber dient te verstrekken krachtens de besluitwet van 28 december 1944 betreffende de maatschappelijke zekerheid der arbeiders, de wetten betreffende de schadeloosstelling voor beroepsziekten, gecoördineerd op 3 juni 1970, de arbeidsongevallenwet van 10 april 1971 of de wet betreffende de verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging en uitkeringen, gecoördineerd op 14 juli 1994.
De Koning kan, bij een besluit vastgesteld na overleg in de Ministerraad, dit artikel toepasselijk verklaren op de mededeling van gegevens in het kader van andere opdrachten die toevertrouwd worden aan de instellingen van sociale zekerheid die belast zijn met de uitvoering van de in het eerste lid vermelde regelgeving.
Dit artikel doet geen afbreuk aan de bevoegdheden inzake opeising van gegevens, toegekend aan ambtenaren belast met de uitoefening van toezicht, uitgeoefend overeenkomstig de bepalingen [1 van het Sociaal Strafwetboek]1.
§ 2. De door de werkgever, zijn aangestelde of lasthebber te verstrekken gegevens worden meegedeeld door middel van een door de bevoegde openbare instelling van sociale zekerheid goedgekeurd papieren formulier of, vanaf het ogenblik bedoeld in het tweede lid van deze paragraaf, indien de gegevensverstrekker dit verkiest, door middel van een elektronische techniek.
Het Beheerscomité bepaalt het ogenblik vanaf hetwelk de bevoegde openbare instelling van sociale zekerheid er toe gehouden is elke gegevensoverdracht door middel van de door dit comité goedgekeurde elektronische techniek te voorzien.
Het beheerscomité van de bevoegde openbare instelling van sociale zekerheid bepaalt :
1° de inhoud en het model van de in deze paragraaf bedoelde mededelingen die zijn sector betreffen;
2° de wijze waarop de door middel van een elektronische techniek meegedeelde gegevens binnen de betreffende tak van sociale zekerheid overgemaakt worden aan de bevoegde instellingen, alsook het gebruik van deze gegevens, rekening houdend met de opdrachten die aan de betrokken instellingen door of krachtens de wet werden toevertrouwd.
De werkgever, zijn aangestelde of lasthebber die de gegevensoverdracht opgelegd krachtens de besluitwet van 28 december 1944 betreffende de maatschappelijke zekerheid der arbeiders verricht door middel van een elektronische techniek, is er toe gehouden aan de sociaal verzekerde een afschrift te bezorgen van de verstrekte gegevens die hem betreffen. De Koning bepaalt de inhoud van dit afschrift, alsmede de termijnen en de nadere regels inzake afgifte.
§ 3. De Koning kan, bij een besluit vastgesteld na overleg in de Ministerraad, voor de toepassing van dit artikel, andere dan de onder § 1, eerste lid, bedoelde categorieën van personen gelijkstellen met werkgevers, inzonderheid indien deze personen herhaaldelijk door of krachtens een in § 1, eerste lid, bedoelde regelgeving gegevens verstrekken.
De Koning kan, bij een besluit vastgesteld na overleg in de Ministerraad, bepalen dat de toepassing van dit artikel uitgebreid wordt tot de sociaal verzekerde zoals omschreven in artikel 2, eerste lid, 7°, van de wet van 11 april 1995 tot invoering van het " handvest " van de sociaal verzekerde.
----------
(1)<W 2010-06-06/06, art. 98, 006; Inwerkingtreding : 01-07-2011>

Art. 4/1. [1 Een handtekening geplaatst met de elektronische identiteitskaart (e-ID) wordt gelijkgesteld met een handgeschreven handtekening.]1
----------
(1)<Ingevoegd bij W 2013-03-19/03, art. 51, 007; Inwerkingtreding : 08-04-2013>

Art. 4/2. [1 § 1. Er kan een dienst worden aangeboden die het mogelijk maakt een elektronisch ondertekend document aan de hand van informaticatechnieken aangetekend te versturen naar een burger, een werkgever of zijn mandataris, hierna de bestemmeling genaamd, met tussenkomst van de Kruispuntbank van de sociale zekerheid.
De Kruispuntbank van de sociale zekerheid maakt hiertoe gebruik van informaticatechnieken die :
a) de oorsprong en de integriteit van de inhoud van de zending verzekeren door middel van aangepaste beveiligingstechnieken;
b) toelaten dat de afzender correct kan worden geïdentificeerd en dat het tijdstip van de verzending correct kan worden vastgesteld;
c) ervoor zorgen dat de afzender, in voorkomend geval op zijn verzoek, een bewijs ontvangt van de afgifte of van de aflevering van de zending aan de bestemmeling.
De afdeling Sociale Zekerheid van het Sectoraal Comité van de Sociale Zekerheid en van de Gezondheid keurt deze informaticatechnieken goed.
De communicatie tussen de afzender en de bestemmeling gebeurt via een beveiligde mailbox, die via het netwerk van de sociale zekerheid ter beschikking wordt gesteld van de burger, de werkgever of zijn mandataris. Deze mailbox is het officiële communicatiekanaal voor elektronische berichten tussen de afzender en de bestemmeling.
§ 2. De communicatie die beantwoordt aan de voorwaarden bedoeld in § 1 heeft dezelfde bewijskracht als een aangetekende brief of een aangetekende brief verstuurd per post.]1
----------
(1)<Ingevoegd bij W 2013-03-19/03, art. 52, 007; Inwerkingtreding : 08-04-2013>

Art. 5.

Artikel 21 van de wet van 27 juni 1969 tot herziening van de besluitwet van 28 december 1944 betreffende de maatschappelijke zekerheid der arbeiders, vervangen bij de wet van 20 juli 1991, wordt vervangen als volgt :
" Art. 21. Iedere verzekeringsplichtige werkgever moet zich bij de Rijksdienst voor sociale zekerheid laten inschrijven en aan deze laatste een aangifte met verantwoording van het bedrag van de verschuldigde bijdragen toezenden.
Deze aangifte wordt gedaan bij middel van een door deze Rijksdienst goedgekeurde elektronische techniek.
De aangifte, behoorlijk ondertekend en vervolledigd met de gevraagde inlichtingen, moet bij de Rijksdienst toekomen binnen de termijn vastgelegd bij koninklijk besluit. "

Art. 6.

In artikel 52, eerste lid, van de wetten betreffende de schadeloosstelling voor beroepsziekten, gecoördineerd op 3 juni 1970, worden de woorden " of door middel van de elektronische techniek bedoeld in de wet van 24 februari 2003 betreffende de modernisering van het beheer van de sociale zekerheid " ingevoegd tussen het woord " schriftelijk " en het woord " aan ".

Art. 7.

Artikel 36, § 2, van de arbeidsongevallenwet van 10 april 1971, gewijzigd door het koninklijk besluit van 10 juni 2001, wordt aangevuld met het volgend lid :
" Op eenvoudige vraag van de verzekeringsonderneming of van de in artikel 87 bedoelde ambtenaren deelt de werkgever van de getroffene of, in voorkomend geval, de werkgever die behoort tot dezelfde bedrijfstak, het identificatienummer bedoeld in artikel 8, 1° of 2°, van de wet van 15 januari 1990 houdende oprichting en organisatie van een Kruispuntbank van de sociale zekerheid, van de maatpersonen mee. "

Art. 8.

In dezelfde wet wordt een artikel 37ter ingevoegd, luidende :
" Art. 37ter. Wanneer de tijdelijke ongeschiktheid niet meer dan dertig dagen duurt, is, onverminderd de toepassing van de artikelen 37, 37bis en 39, het basisloon voor de berekening van de vergoedingen voor deze ongeschiktheid gelijk aan het gemiddeld dagloon, vastgesteld overeenkomstig het koninklijk besluit van 10 juni 2001 waarin, met toepassing van artikel 39 van de wet van 26 juli 1996 tot modernisering van de sociale zekerheid en tot vrijwaring van de leefbaarheid van de wettelijke pensioenstelsels, het uniform begrip " gemiddeld dagloon " wordt vastgesteld en sommige wettelijke bepalingen in overeenstemming worden gebracht, vermenigvuldigd met het aantal dagen waarop de getroffene gedurende de referteperiode, bedoeld in artikel 34, overeenkomstig zijn normaal werkrooster geacht wordt normaal arbeid te verrichten. "

Art. 9.

Artikel 62, derde lid, van dezelfde wet, vervangen bij de wet van 24 december 1976, wordt vervangen door de volgende bepaling :
" De aangifte gebeurt op de wijze en binnen de termijnen bepaald door de Koning. Het beheerscomité van het Fonds voor Arbeidsongevallen stelt alle modellen van formulieren vast. "

Art. 10.

In artikel 3, 1°, van de wet van 1 augustus 1985 houdende sociale bepalingen worden de woorden " verplichte elektronische " ingevoegd tussen de woorden " modaliteiten van de " en het woord " aangifte ".

Art. 11.

In artikel 2, eerste lid, van het koninklijk besluit van 10 juni 2001 waarin, met toepassing van artikel 39 van de wet van 26 juli 1996 tot modernisering van de sociale zekerheid en tot vrijwaring van de leefbaarheid van de wettelijke pensioenstelsels, het uniform begrip " gemiddeld dagloon " wordt vastgesteld en sommige wettelijke bepalingen in overeenstemming worden gebracht, worden de woorden " en de uitkeringen voor een tijdelijke arbeidsongeschiktheid ten gevolge van een arbeidsongeval of beroepsziekte, in het geval deze ongeschiktheid niet langer dan dertig dagen duurt " ingevoegd tussen de woorden ", de uitkeringen verschuldigd ter uitvoering van de verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging en uitkeringen " en de woorden " is gelijk ".

Art. 12.

In artikel 3, § 1, tweede lid, van hetzelfde besluit worden de woorden ", voor de sector arbeidsongevallen en voor de sector beroepsziekten " ingevoegd tussen het woord " uitkeringen " en de woorden ", het gemiddeld dagloon ".

Art. 13.

In artikel 8bis, zesde lid, van het koninklijk besluit van 28 november 1969 tot uitvoering van de wet van 27 juni 1969 tot herziening van de besluitwet van 28 december 1944 betreffende de maatschappelijke zekerheid der arbeiders, ingevoegd bij de wet van 12 augustus 2000, worden de woorden " jaarlijkse vakantieregeling " vervangen door de woorden " wettelijke vakantie ".

Art. 14.

Deze wet treedt in werking op 1 januari 2003.